Capoeira

De geschiedenis van capoeira reikt terug naar de zestiende eeuw. Indertijd was Brazilië een kolonie van Portugal. Er was sprake van veel slavernij met name op de suikerriet en cacaoplantages in het noordoosten van Brazilië. Er werden op een gegeven moment zelfs vijf miljoen slaven uit West-Afrika en Angola gedeporteerd . Deze slaven kwamen met boten aan in Brazilië. De slaven werden flink onderdrukt en met veel geweld behandeld. In de (weinige) vrije momenten die de slaven met elkaar doorbrachten in hun senzalas (verbijfplekken /hutten), deelden zij hun kennis zoals muziek, dans en vechtsport. Zo ontstond geleidelijk capoeira. Iedere vorm van vechtsport werd door de slavenbezitters verboden. Zodoende kreeg capoeira haar dansachtige karakter. Wanneer de slavenbezitters in de buurt kwamen of iets verdachts vermoeden… waren zij, de slaven, ‘toch gewoon aan het dansen’…

Capoeira is dus een verbasterde/verkapte vechtkunst. Zo konden de slaven zichzelf en elkaar sterk maken en trainen. Om zo even te kunnen ‘ontsnappen’ aan hun barre bestaan. Tot 1930 is capoeira verboden geweest in Brazilië. Men zag het als iets gewelddadigs, verwerpelijks en voor de nietsnutten van de maatschappij. Tot een man, die later heel belangrijk werd in de wereld van capoeira, mestre Bimba een capoeira voorstelling gaf aan de toenmalige president van Brazilië: Getúlio Vargas. De president was hierdoor zo onder de indruk dat hij daarna capoeira als nationale sport heeft erkend. Vandaag de dag is Capoeira de tweede nationale sport van Brazilië!